teen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of teen

The word "teen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: teen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: teend
Past participle - Verleden deelwoord: geted

Cognates

See the 2 cognates of teen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikte
jijtet
hijtet
wijteen
jullieteen
zijteen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geted
jijhebt geted
hijheeft geted
wijhebben geted
julliehebben geted
zijhebben geted

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iktede
jijtede
hijtede
wijteden
jullieteden
zijteden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geted
jijhad geted
hijhad geted
wijhadden geted
julliehadden geted
zijhadden geted

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal teen
jijzult teen
hijzal teen
wijzullen teen
julliezullen teen
zijzullen teen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geted hebben
jijzult geted hebben
hijzal geted hebben
wijzullen geted hebben
julliezullen geted hebben
zijzullen geted hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou teen
jijzou teen
hijzou teen
wijzouden teen
julliezouden teen
zijzouden teen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geted hebben
jijzou geted hebben
hijzou geted hebben
wijzouden geted hebben
julliezouden geted hebben
zijzouden geted hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijte

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "teen"

English toe.

Additional Information