stigmatiseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of stigmatiseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: stigmatiseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: stigmatiserend
Past participle - Verleden deelwoord: gestigmatiseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstigmatiseer
jijstigmatiseert
hijstigmatiseert
wijstigmatiseren
julliestigmatiseren
zijstigmatiseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gestigmatiseerd
jijhebt gestigmatiseerd
hijheeft gestigmatiseerd
wijhebben gestigmatiseerd
julliehebben gestigmatiseerd
zijhebben gestigmatiseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstigmatiseerde
jijstigmatiseerde
hijstigmatiseerde
wijstigmatiseerden
julliestigmatiseerden
zijstigmatiseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gestigmatiseerd
jijhad gestigmatiseerd
hijhad gestigmatiseerd
wijhadden gestigmatiseerd
julliehadden gestigmatiseerd
zijhadden gestigmatiseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal stigmatiseren
jijzult stigmatiseren
hijzal stigmatiseren
wijzullen stigmatiseren
julliezullen stigmatiseren
zijzullen stigmatiseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gestigmatiseerd hebben
jijzult gestigmatiseerd hebben
hijzal gestigmatiseerd hebben
wijzullen gestigmatiseerd hebben
julliezullen gestigmatiseerd hebben
zijzullen gestigmatiseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou stigmatiseren
jijzou stigmatiseren
hijzou stigmatiseren
wijzouden stigmatiseren
julliezouden stigmatiseren
zijzouden stigmatiseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gestigmatiseerd hebben
jijzou gestigmatiseerd hebben
hijzou gestigmatiseerd hebben
wijzouden gestigmatiseerd hebben
julliezouden gestigmatiseerd hebben
zijzouden gestigmatiseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijstigmatiseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Ultimately from Latin stigmatizō (“to brand”), from Byzantine Greek στιγματίζω (stigmatízō, “to mark”), from Ancient Greek στίγμα (stígma). By surface analysis, stigma + -iseren. See: Latin 'stigmatizō'.

Additional Information