stampen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of stampen

The word "stampen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: stampen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: stampend
Past participle - Verleden deelwoord: gestampt

Cognates

See the 5 cognates of stampen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstamp
jijstampt
hijstampt
wijstampen
julliestampen
zijstampen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gestampt
jijhebt gestampt
hijheeft gestampt
wijhebben gestampt
julliehebben gestampt
zijhebben gestampt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstampte
jijstampte
hijstampte
wijstampten
julliestampten
zijstampten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gestampt
jijhad gestampt
hijhad gestampt
wijhadden gestampt
julliehadden gestampt
zijhadden gestampt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal stampen
jijzult stampen
hijzal stampen
wijzullen stampen
julliezullen stampen
zijzullen stampen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gestampt hebben
jijzult gestampt hebben
hijzal gestampt hebben
wijzullen gestampt hebben
julliezullen gestampt hebben
zijzullen gestampt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou stampen
jijzou stampen
hijzou stampen
wijzouden stampen
julliezouden stampen
zijzouden stampen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gestampt hebben
jijzou gestampt hebben
hijzou gestampt hebben
wijzouden gestampt hebben
julliezouden gestampt hebben
zijzouden gestampt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijstamp

Verbs similar to 'stampen'

Translations

  • cram, to put hastily through an extensive course of memorizing or study
  • drill, to repeat in order to make remember
  • foot, kick
  • kick, strike with or raise the foot or leg
  • stamp, to step quickly and heavily
  • stomp, trample heavily on something or someone
  • stomp, severely beat someone physically or figuratively
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch stampen, from Old Dutch *stampon, from Proto-West Germanic *stampōn, from Proto-Germanic *stampōną. See: Old Dutch '*stampon', Proto-Germanic '*stampōną'.

    Verbs referencing "stampen"

    English stamp.

    Additional Information