soebatten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of soebatten

The word "soebatten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: soebatten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: soebattend
Past participle - Verleden deelwoord: gesoebat

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksoebat
jijsoebat
hijsoebat
wijsoebatten
julliesoebatten
zijsoebatten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesoebat
jijhebt gesoebat
hijheeft gesoebat
wijhebben gesoebat
julliehebben gesoebat
zijhebben gesoebat

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksoebatte
jijsoebatte
hijsoebatte
wijsoebatten
julliesoebatten
zijsoebatten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesoebat
jijhad gesoebat
hijhad gesoebat
wijhadden gesoebat
julliehadden gesoebat
zijhadden gesoebat

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal soebatten
jijzult soebatten
hijzal soebatten
wijzullen soebatten
julliezullen soebatten
zijzullen soebatten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesoebat hebben
jijzult gesoebat hebben
hijzal gesoebat hebben
wijzullen gesoebat hebben
julliezullen gesoebat hebben
zijzullen gesoebat hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou soebatten
jijzou soebatten
hijzou soebatten
wijzouden soebatten
julliezouden soebatten
zijzouden soebatten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesoebat hebben
jijzou gesoebat hebben
hijzou gesoebat hebben
wijzouden gesoebat hebben
julliezouden gesoebat hebben
zijzouden gesoebat hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsoebat

Verbs similar to 'soebatten'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from Malay sobat (“friend”), from Arabic صُحْبَة (ṣuḥba), likely from a form containing /t/.

Additional Information