snaaien – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of snaaien

The word "snaaien" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: snaaien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: snaaiend
Past participle - Verleden deelwoord: gesnaaid

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iksnaai
jijsnaait
hijsnaait
wijsnaaien
julliesnaaien
zijsnaaien

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gesnaaid
jijhebt gesnaaid
hijheeft gesnaaid
wijhebben gesnaaid
julliehebben gesnaaid
zijhebben gesnaaid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iksnaaide
jijsnaaide
hijsnaaide
wijsnaaiden
julliesnaaiden
zijsnaaiden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gesnaaid
jijhad gesnaaid
hijhad gesnaaid
wijhadden gesnaaid
julliehadden gesnaaid
zijhadden gesnaaid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal snaaien
jijzult snaaien
hijzal snaaien
wijzullen snaaien
julliezullen snaaien
zijzullen snaaien

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gesnaaid hebben
jijzult gesnaaid hebben
hijzal gesnaaid hebben
wijzullen gesnaaid hebben
julliezullen gesnaaid hebben
zijzullen gesnaaid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou snaaien
jijzou snaaien
hijzou snaaien
wijzouden snaaien
julliezouden snaaien
zijzouden snaaien

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gesnaaid hebben
jijzou gesnaaid hebben
hijzou gesnaaid hebben
wijzouden gesnaaid hebben
julliezouden gesnaaid hebben
zijzouden gesnaaid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijsnaai

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

(Supposedly a loanword from Yiddish. Can someone confirm this?)

Additional Information