slaapwandelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of slaapwandelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: slaapwandelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: slaapwandelend
Past participle - Verleden deelwoord: geslaapwandeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikslaapwandel
jijslaapwandelt
hijslaapwandelt
wijslaapwandelen
jullieslaapwandelen
zijslaapwandelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geslaapwandeld
jijhebt geslaapwandeld
hijheeft geslaapwandeld
wijhebben geslaapwandeld
julliehebben geslaapwandeld
zijhebben geslaapwandeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikslaapwandelde
jijslaapwandelde
hijslaapwandelde
wijslaapwandelden
jullieslaapwandelden
zijslaapwandelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geslaapwandeld
jijhad geslaapwandeld
hijhad geslaapwandeld
wijhadden geslaapwandeld
julliehadden geslaapwandeld
zijhadden geslaapwandeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal slaapwandelen
jijzult slaapwandelen
hijzal slaapwandelen
wijzullen slaapwandelen
julliezullen slaapwandelen
zijzullen slaapwandelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geslaapwandeld hebben
jijzult geslaapwandeld hebben
hijzal geslaapwandeld hebben
wijzullen geslaapwandeld hebben
julliezullen geslaapwandeld hebben
zijzullen geslaapwandeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou slaapwandelen
jijzou slaapwandelen
hijzou slaapwandelen
wijzouden slaapwandelen
julliezouden slaapwandelen
zijzouden slaapwandelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geslaapwandeld hebben
jijzou geslaapwandeld hebben
hijzou geslaapwandeld hebben
wijzouden geslaapwandeld hebben
julliezouden geslaapwandeld hebben
zijzouden geslaapwandeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijslaapwandel

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From slaap + wandelen.

Additional Information