schrinken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of schrinken

The word "schrinken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: schrinken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: schrinkend
Past participle - Verleden deelwoord: geschrinkt

Cognates

See the 2 cognates of schrinken

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikschrink
jijschrinkt
hijschrinkt
wijschrinken
jullieschrinken
zijschrinken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geschrinkt
jijhebt geschrinkt
hijheeft geschrinkt
wijhebben geschrinkt
julliehebben geschrinkt
zijhebben geschrinkt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikschrinkte
jijschrinkte
hijschrinkte
wijschrinkten
jullieschrinkten
zijschrinkten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geschrinkt
jijhad geschrinkt
hijhad geschrinkt
wijhadden geschrinkt
julliehadden geschrinkt
zijhadden geschrinkt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal schrinken
jijzult schrinken
hijzal schrinken
wijzullen schrinken
julliezullen schrinken
zijzullen schrinken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geschrinkt hebben
jijzult geschrinkt hebben
hijzal geschrinkt hebben
wijzullen geschrinkt hebben
julliezullen geschrinkt hebben
zijzullen geschrinkt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou schrinken
jijzou schrinken
hijzou schrinken
wijzouden schrinken
julliezouden schrinken
zijzouden schrinken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geschrinkt hebben
jijzou geschrinkt hebben
hijzou geschrinkt hebben
wijzouden geschrinkt hebben
julliezouden geschrinkt hebben
zijzouden geschrinkt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijschrink

Verbs similar to 'schrinken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Om, veilìgh in zijn ampt, te schroomen noch te schrinken. [1828, “Het Eerste Bedrijf. Julius. Burgerhart.”, in Dichterlijke werken van J. van den Vondel, page 37:]
  • Droevige sintels schronken. (Sad sparks shrank.) [1909, Albert Verwey, “Van het levensfeest door”, in De Beweging, volume 4:]
  • 2003, https://web.archive.org/web/20160305071027/http://members.home.nl/oppietravel/Dagboekpagina%20tekstveld.htm (Their optimism began to shrink considerably.)
  • 2009, https://web.archive.org/web/20160304134550/http://zoom.nl/foto/landschap/de-achterweg-in-genemuiden.1063594.html (I need to be a bit cautious with my hard drive space, so here [is] a shrunken version of the original.)

Etymology

From Middle Dutch *schrinken, from Old Dutch *scrinkan, from Proto-Germanic *skrinkwaną. It is now rare; modern use may have been reinforced by English shrink. See: Proto-Germanic '*skrinkwaną', English 'shrink'.

Verbs referencing "schrinken"

English shrink.

Additional Information