redekavelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of redekavelen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: redekavelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: redekavelend
Past participle - Verleden deelwoord: geredekaveld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikredekavel
jijredekavelt
hijredekavelt
wijredekavelen
jullieredekavelen
zijredekavelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geredekaveld
jijhebt geredekaveld
hijheeft geredekaveld
wijhebben geredekaveld
julliehebben geredekaveld
zijhebben geredekaveld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikredekavelde
jijredekavelde
hijredekavelde
wijredekavelden
jullieredekavelden
zijredekavelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geredekaveld
jijhad geredekaveld
hijhad geredekaveld
wijhadden geredekaveld
julliehadden geredekaveld
zijhadden geredekaveld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal redekavelen
jijzult redekavelen
hijzal redekavelen
wijzullen redekavelen
julliezullen redekavelen
zijzullen redekavelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geredekaveld hebben
jijzult geredekaveld hebben
hijzal geredekaveld hebben
wijzullen geredekaveld hebben
julliezullen geredekaveld hebben
zijzullen geredekaveld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou redekavelen
jijzou redekavelen
hijzou redekavelen
wijzouden redekavelen
julliezouden redekavelen
zijzouden redekavelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geredekaveld hebben
jijzou geredekaveld hebben
hijzou geredekaveld hebben
wijzouden geredekaveld hebben
julliezouden geredekaveld hebben
zijzouden geredekaveld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijredekavel

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Ik redekavelde dikwerf aldus met mij zelven: " Hoe weet ik wat Gods oordeel daaromtrent is ? Het is zeker, dat dit volk dit niet als eene misdaad beschouwt; hun geweten bestraft er hen niet over. Zij weten niet, [...] (Robinson Crusoe)

Etymology

Compound of rede or reden + kavelen. Coined by Hendrik Laurenszoon Spiegel in his Kort Begrip des Redenkavelings.

Additional Information