recirculeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of recirculeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: recirculeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: recirculerend
Past participle - Verleden deelwoord: gerecirculeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikrecirculeer
jijrecirculeert
hijrecirculeert
wijrecirculeren
jullierecirculeren
zijrecirculeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gerecirculeerd
jijhebt gerecirculeerd
hijheeft gerecirculeerd
wijhebben gerecirculeerd
julliehebben gerecirculeerd
zijhebben gerecirculeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikrecirculeerde
jijrecirculeerde
hijrecirculeerde
wijrecirculeerden
jullierecirculeerden
zijrecirculeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gerecirculeerd
jijhad gerecirculeerd
hijhad gerecirculeerd
wijhadden gerecirculeerd
julliehadden gerecirculeerd
zijhadden gerecirculeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal recirculeren
jijzult recirculeren
hijzal recirculeren
wijzullen recirculeren
julliezullen recirculeren
zijzullen recirculeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gerecirculeerd hebben
jijzult gerecirculeerd hebben
hijzal gerecirculeerd hebben
wijzullen gerecirculeerd hebben
julliezullen gerecirculeerd hebben
zijzullen gerecirculeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou recirculeren
jijzou recirculeren
hijzou recirculeren
wijzouden recirculeren
julliezouden recirculeren
zijzouden recirculeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gerecirculeerd hebben
jijzou gerecirculeerd hebben
hijzou gerecirculeerd hebben
wijzouden gerecirculeerd hebben
julliezouden gerecirculeerd hebben
zijzouden gerecirculeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijrecirculeer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information