pensioen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of pensioen

The word "pensioen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: pensioen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: pensioend
Past participle - Verleden deelwoord: gepensiod

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikpensio
jijpensiot
hijpensiot
wijpensioen
julliepensioen
zijpensioen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gepensiod
jijhebt gepensiod
hijheeft gepensiod
wijhebben gepensiod
julliehebben gepensiod
zijhebben gepensiod

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikpensiode
jijpensiode
hijpensiode
wijpensioden
julliepensioden
zijpensioden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gepensiod
jijhad gepensiod
hijhad gepensiod
wijhadden gepensiod
julliehadden gepensiod
zijhadden gepensiod

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal pensioen
jijzult pensioen
hijzal pensioen
wijzullen pensioen
julliezullen pensioen
zijzullen pensioen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gepensiod hebben
jijzult gepensiod hebben
hijzal gepensiod hebben
wijzullen gepensiod hebben
julliezullen gepensiod hebben
zijzullen gepensiod hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou pensioen
jijzou pensioen
hijzou pensioen
wijzouden pensioen
julliezouden pensioen
zijzouden pensioen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gepensiod hebben
jijzou gepensiod hebben
hijzou gepensiod hebben
wijzouden gepensiod hebben
julliezouden gepensiod hebben
zijzouden gepensiod hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijpensio

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "pensioen"

Indonesian pensiun.

Additional Information