opkijken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of opkijken

The word "opkijken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: opkijken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: opkijkend
Past participle - Verleden deelwoord: opgekijkt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkijk op
jijkijkt op
hijkijkt op
wijkijken op
julliekijken op
zijkijken op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgekijkt
jijhebt opgekijkt
hijheeft opgekijkt
wijhebben opgekijkt
julliehebben opgekijkt
zijhebben opgekijkt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkijkte op
jijkijkte op
hijkijkte op
wijkijkten op
julliekijkten op
zijkijkten op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgekijkt
jijhad opgekijkt
hijhad opgekijkt
wijhadden opgekijkt
julliehadden opgekijkt
zijhadden opgekijkt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal opkijken
jijzult opkijken
hijzal opkijken
wijzullen opkijken
julliezullen opkijken
zijzullen opkijken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgekijkt hebben
jijzult opgekijkt hebben
hijzal opgekijkt hebben
wijzullen opgekijkt hebben
julliezullen opgekijkt hebben
zijzullen opgekijkt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou opkijken
jijzou opkijken
hijzou opkijken
wijzouden opkijken
julliezouden opkijken
zijzouden opkijken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgekijkt hebben
jijzou opgekijkt hebben
hijzou opgekijkt hebben
wijzouden opgekijkt hebben
julliezouden opgekijkt hebben
zijzouden opgekijkt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkijk op

Verbs similar to 'opkijken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From op (“up”) + kijken (“to look”).

Additional Information