opdagen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of opdagen

The word "opdagen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: opdagen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: opdagend
Past participle - Verleden deelwoord: opgedaagd

Cognates

See the 3 cognates of opdagen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdaag op
jijdaagt op
hijdaagt op
wijdagen op
julliedagen op
zijdagen op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgedaagd
jijhebt opgedaagd
hijheeft opgedaagd
wijhebben opgedaagd
julliehebben opgedaagd
zijhebben opgedaagd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdaagde op
jijdaagde op
hijdaagde op
wijdaagden op
julliedaagden op
zijdaagden op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgedaagd
jijhad opgedaagd
hijhad opgedaagd
wijhadden opgedaagd
julliehadden opgedaagd
zijhadden opgedaagd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal opdagen
jijzult opdagen
hijzal opdagen
wijzullen opdagen
julliezullen opdagen
zijzullen opdagen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgedaagd hebben
jijzult opgedaagd hebben
hijzal opgedaagd hebben
wijzullen opgedaagd hebben
julliezullen opgedaagd hebben
zijzullen opgedaagd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou opdagen
jijzou opdagen
hijzou opdagen
wijzouden opdagen
julliezouden opdagen
zijzouden opdagen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgedaagd hebben
jijzou opgedaagd hebben
hijzou opgedaagd hebben
wijzouden opgedaagd hebben
julliezouden opgedaagd hebben
zijzouden opgedaagd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdaag op

Verbs similar to 'opdagen'

Translations

  • flake, To prove unreliable or impractical; to abandon or desert, to fail to follow through
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch opdagen. Equivalent to op (“up”) + dagen (“to dawn”).

    Verbs referencing "opdagen"

    Danish opdage.

    Additional Information