opboksen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of opboksen

The word "opboksen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: opboksen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: opboksend
Past participle - Verleden deelwoord: opgebokst

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikboks op
jijbokst op
hijbokst op
wijboksen op
jullieboksen op
zijboksen op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgebokst
jijhebt opgebokst
hijheeft opgebokst
wijhebben opgebokst
julliehebben opgebokst
zijhebben opgebokst

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbokste op
jijbokste op
hijbokste op
wijboksten op
jullieboksten op
zijboksten op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgebokst
jijhad opgebokst
hijhad opgebokst
wijhadden opgebokst
julliehadden opgebokst
zijhadden opgebokst

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal opboksen
jijzult opboksen
hijzal opboksen
wijzullen opboksen
julliezullen opboksen
zijzullen opboksen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgebokst hebben
jijzult opgebokst hebben
hijzal opgebokst hebben
wijzullen opgebokst hebben
julliezullen opgebokst hebben
zijzullen opgebokst hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou opboksen
jijzou opboksen
hijzou opboksen
wijzouden opboksen
julliezouden opboksen
zijzouden opboksen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgebokst hebben
jijzou opgebokst hebben
hijzou opgebokst hebben
wijzouden opgebokst hebben
julliezouden opgebokst hebben
zijzouden opgebokst hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijboks op

Verbs similar to 'opboksen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Compound of op + boksen.

Additional Information