opbiechten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of opbiechten

The word "opbiechten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: opbiechten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: opbiechtend
Past participle - Verleden deelwoord: opgebiecht

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbiecht op
jijbiecht op
hijbiecht op
wijbiechten op
julliebiechten op
zijbiechten op

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb opgebiecht
jijhebt opgebiecht
hijheeft opgebiecht
wijhebben opgebiecht
julliehebben opgebiecht
zijhebben opgebiecht

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbiechtte op
jijbiechtte op
hijbiechtte op
wijbiechtten op
julliebiechtten op
zijbiechtten op

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad opgebiecht
jijhad opgebiecht
hijhad opgebiecht
wijhadden opgebiecht
julliehadden opgebiecht
zijhadden opgebiecht

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal opbiechten
jijzult opbiechten
hijzal opbiechten
wijzullen opbiechten
julliezullen opbiechten
zijzullen opbiechten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal opgebiecht hebben
jijzult opgebiecht hebben
hijzal opgebiecht hebben
wijzullen opgebiecht hebben
julliezullen opgebiecht hebben
zijzullen opgebiecht hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou opbiechten
jijzou opbiechten
hijzou opbiechten
wijzouden opbiechten
julliezouden opbiechten
zijzouden opbiechten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou opgebiecht hebben
jijzou opgebiecht hebben
hijzou opgebiecht hebben
wijzouden opgebiecht hebben
julliezouden opgebiecht hebben
zijzouden opgebiecht hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbiecht op

Verbs similar to 'opbiechten'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From op (“up”) + biechten (“to confess”).

Additional Information