ontzien – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontzien

The word "ontzien" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontzien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontziend
Past participle - Verleden deelwoord: ontzid

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontzi
jijontzit
hijontzit
wijontzien
jullieontzien
zijontzien

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontzid
jijhebt ontzid
hijheeft ontzid
wijhebben ontzid
julliehebben ontzid
zijhebben ontzid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontzide
jijontzide
hijontzide
wijontziden
jullieontziden
zijontziden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontzid
jijhad ontzid
hijhad ontzid
wijhadden ontzid
julliehadden ontzid
zijhadden ontzid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontzien
jijzult ontzien
hijzal ontzien
wijzullen ontzien
julliezullen ontzien
zijzullen ontzien

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontzid hebben
jijzult ontzid hebben
hijzal ontzid hebben
wijzullen ontzid hebben
julliezullen ontzid hebben
zijzullen ontzid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontzien
jijzou ontzien
hijzou ontzien
wijzouden ontzien
julliezouden ontzien
zijzouden ontzien

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontzid hebben
jijzou ontzid hebben
hijzou ontzid hebben
wijzouden ontzid hebben
julliezouden ontzid hebben
zijzouden ontzid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontzi

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From ont- + zien.

Additional Information