ontzetten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ontzetten

The word "ontzetten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ontzetten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ontzettend
Past participle - Verleden deelwoord: ontzet

Cognates

See the 3 cognates of ontzetten

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikontzet
jijontzet
hijontzet
wijontzetten
jullieontzetten
zijontzetten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ontzet
jijhebt ontzet
hijheeft ontzet
wijhebben ontzet
julliehebben ontzet
zijhebben ontzet

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikontzette
jijontzette
hijontzette
wijontzetten
jullieontzetten
zijontzetten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ontzet
jijhad ontzet
hijhad ontzet
wijhadden ontzet
julliehadden ontzet
zijhadden ontzet

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ontzetten
jijzult ontzetten
hijzal ontzetten
wijzullen ontzetten
julliezullen ontzetten
zijzullen ontzetten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ontzet hebben
jijzult ontzet hebben
hijzal ontzet hebben
wijzullen ontzet hebben
julliezullen ontzet hebben
zijzullen ontzet hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ontzetten
jijzou ontzetten
hijzou ontzetten
wijzouden ontzetten
julliezouden ontzetten
zijzouden ontzetten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ontzet hebben
jijzou ontzet hebben
hijzou ontzet hebben
wijzouden ontzet hebben
julliezouden ontzet hebben
zijzouden ontzet hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijontzet

Verbs similar to 'ontzetten'

Translations

  • move, to arouse the feelings or passions of
  • rescue, to deliver by arms, notably from a siege
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From ont- (“de-, away”) + zetten (“to set, put”).

    Verbs referencing "ontzetten"

    German, old spelling entsetzen, Swedish undsätta, Danish undsætte.

    Additional Information