nesten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of nesten

The word "nesten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: nesten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: nestend
Past participle - Verleden deelwoord: genest

Cognates

See the 2 cognates of nesten

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iknest
jijnest
hijnest
wijnesten
jullienesten
zijnesten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb genest
jijhebt genest
hijheeft genest
wijhebben genest
julliehebben genest
zijhebben genest

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iknestte
jijnestte
hijnestte
wijnestten
jullienestten
zijnestten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad genest
jijhad genest
hijhad genest
wijhadden genest
julliehadden genest
zijhadden genest

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal nesten
jijzult nesten
hijzal nesten
wijzullen nesten
julliezullen nesten
zijzullen nesten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal genest hebben
jijzult genest hebben
hijzal genest hebben
wijzullen genest hebben
julliezullen genest hebben
zijzullen genest hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou nesten
jijzou nesten
hijzou nesten
wijzouden nesten
julliezouden nesten
zijzouden nesten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou genest hebben
jijzou genest hebben
hijzou genest hebben
wijzouden genest hebben
julliezouden genest hebben
zijzouden genest hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijnest

Verbs similar to 'nesten'

Translations

  • nest, to build or settle into a nest
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Verbs referencing "nesten"

    English nest.

    Additional Information