neigen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of neigen

The word "neigen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: neigen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: neigend
Past participle - Verleden deelwoord: geneigd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikneig
jijneigt
hijneigt
wijneigen
jullieneigen
zijneigen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geneigd
jijhebt geneigd
hijheeft geneigd
wijhebben geneigd
julliehebben geneigd
zijhebben geneigd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikneigde
jijneigde
hijneigde
wijneigden
jullieneigden
zijneigden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geneigd
jijhad geneigd
hijhad geneigd
wijhadden geneigd
julliehadden geneigd
zijhadden geneigd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal neigen
jijzult neigen
hijzal neigen
wijzullen neigen
julliezullen neigen
zijzullen neigen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geneigd hebben
jijzult geneigd hebben
hijzal geneigd hebben
wijzullen geneigd hebben
julliezullen geneigd hebben
zijzullen geneigd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou neigen
jijzou neigen
hijzou neigen
wijzouden neigen
julliezouden neigen
zijzouden neigen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geneigd hebben
jijzou geneigd hebben
hijzou geneigd hebben
wijzouden geneigd hebben
julliezouden geneigd hebben
zijzouden geneigd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijneig

Translations

  • cant, set something at an angle
  • incline, to tend to do or believe something
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • Ik neig ernaar ja te zeggen. (I am inclined to say yes.)
    • Allen neigden hun hoofd in eerbied. (All bowed their heads in reverence.)

    Etymology

    1. From Middle Dutch neigen, from Old Dutch neigen, from Proto-West Germanic *hnaigijan, from Proto-Germanic *hnaigijaną, the causative of nijgen.
    2. The weak verb adopted most intransitive uses from strong nijgen in modern Dutch, the latter being restricted to “bowing as a sign of respect”. Compare however genegen (“inclined to”). See: Proto-Germanic '*hnaigijaną'.

    Additional Information