neien – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of neien

The word "neien" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: neien
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: neiend
Past participle - Verleden deelwoord: geneid

Cognates

See the 6 cognates of neien

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iknei
jijneit
hijneit
wijneien
jullieneien
zijneien

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geneid
jijhebt geneid
hijheeft geneid
wijhebben geneid
julliehebben geneid
zijhebben geneid

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikneide
jijneide
hijneide
wijneiden
jullieneiden
zijneiden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geneid
jijhad geneid
hijhad geneid
wijhadden geneid
julliehadden geneid
zijhadden geneid

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal neien
jijzult neien
hijzal neien
wijzullen neien
julliezullen neien
zijzullen neien

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geneid hebben
jijzult geneid hebben
hijzal geneid hebben
wijzullen geneid hebben
julliezullen geneid hebben
zijzullen geneid hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou neien
jijzou neien
hijzou neien
wijzouden neien
julliezouden neien
zijzouden neien

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geneid hebben
jijzou geneid hebben
hijzou geneid hebben
wijzouden geneid hebben
julliezouden geneid hebben
zijzouden geneid hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijnei

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "neien"

English neigh, Swedish gnägga.

Additional Information