neerschieten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of neerschieten

The word "neerschieten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: neerschieten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: neerschietend
Past participle - Verleden deelwoord: neergeschiet

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikschiet neer
jijschiet neer
hijschiet neer
wijschieten neer
jullieschieten neer
zijschieten neer

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb neergeschiet
jijhebt neergeschiet
hijheeft neergeschiet
wijhebben neergeschiet
julliehebben neergeschiet
zijhebben neergeschiet

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikschiette neer
jijschiette neer
hijschiette neer
wijschietten neer
jullieschietten neer
zijschietten neer

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad neergeschiet
jijhad neergeschiet
hijhad neergeschiet
wijhadden neergeschiet
julliehadden neergeschiet
zijhadden neergeschiet

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal neerschieten
jijzult neerschieten
hijzal neerschieten
wijzullen neerschieten
julliezullen neerschieten
zijzullen neerschieten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal neergeschiet hebben
jijzult neergeschiet hebben
hijzal neergeschiet hebben
wijzullen neergeschiet hebben
julliezullen neergeschiet hebben
zijzullen neergeschiet hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou neerschieten
jijzou neerschieten
hijzou neerschieten
wijzouden neerschieten
julliezouden neerschieten
zijzouden neerschieten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou neergeschiet hebben
jijzou neergeschiet hebben
hijzou neergeschiet hebben
wijzouden neergeschiet hebben
julliezouden neergeschiet hebben
zijzouden neergeschiet hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijschiet neer

Verbs similar to 'neerschieten'

Translations

  • gun, shoot someone or something
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • De jager kon het wilde dier neerschieten met zijn geweer. (The hunter was able to shoot down the wild animal with his rifle.)
    • Tijdens de oorlog werden vijandige vliegtuigen door de luchtafweer neergeschoten (During the war, enemy planes were shot down by the anti-aircraft fire.)
    • De criticus schoot de nieuwe film met harde woorden neer. (The critic shot down the new movie with harsh words.)
    • Hij werd constant neergeschoten door zijn collega's tijdens de vergadering. (He was constantly shot down by his colleagues during the meeting.)

    Etymology

    From older nederschieten with syncope of intervocalic -d-, from Middle Dutch nederschieten. Equivalent to neer + schieten.

    Additional Information