Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: naderen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: naderend
Past participle - Verleden deelwoord: genaderd
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
| ik | nader |
| jij | nadert |
| hij | nadert |
| wij | naderen |
| jullie | naderen |
| zij | naderen |
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
| ik | heb genaderd |
| jij | hebt genaderd |
| hij | heeft genaderd |
| wij | hebben genaderd |
| jullie | hebben genaderd |
| zij | hebben genaderd |
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
| ik | naderde |
| jij | naderde |
| hij | naderde |
| wij | naderden |
| jullie | naderden |
| zij | naderden |
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
| ik | had genaderd |
| jij | had genaderd |
| hij | had genaderd |
| wij | hadden genaderd |
| jullie | hadden genaderd |
| zij | hadden genaderd |
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
| ik | zal naderen |
| jij | zult naderen |
| hij | zal naderen |
| wij | zullen naderen |
| jullie | zullen naderen |
| zij | zullen naderen |
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| ik | zal genaderd hebben |
| jij | zult genaderd hebben |
| hij | zal genaderd hebben |
| wij | zullen genaderd hebben |
| jullie | zullen genaderd hebben |
| zij | zullen genaderd hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
| ik | zou naderen |
| jij | zou naderen |
| hij | zou naderen |
| wij | zouden naderen |
| jullie | zouden naderen |
| zij | zouden naderen |
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| ik | zou genaderd hebben |
| jij | zou genaderd hebben |
| hij | zou genaderd hebben |
| wij | zouden genaderd hebben |
| jullie | zouden genaderd hebben |
| zij | zouden genaderd hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'naderen'
aaien,
aanbaggeren,
aanbeteren,
aanboegen,
aanbreien,
aanbulderen,
aandraaien,
aandrentelen,
aaneenboeien,
aaneenkluisteren,
aaneenkoppelen,
aaneenlijmen,
aaneennaaien,
aaneennagelen,
aaneenschakelen,
aaneensnoeren,
aaneensolderen,
aaneenspijkeren,
aaneenvoegen,
aangieren, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'naderen'
aderen,
gaderen,
kaderen,
raderen,
vaderen,
adderen,
adelen,
ageren,
badderen,
bakeren,
Translations
approach, to come or go near, in place or time; to advance nearer; to draw nigh
approach, to come near to (someone or something) in place, time, character, or value
near, come closer to
Synonyms & Antonyms
Sample Sentences
-
[...] die mij toen bezig hielden, mij nog kan te binnen brengen, dunkt mij, dat mijn vorig berouw en de verstoktheid, waarmede ik dit had laten varen, mij tienmaal meer kwelling veroorzaakten, dan het naderen van den dood; deze denkbeelden, gevoegd bij het woeden van den storm, bragten mij in een toestand, die niet door woorden kan beschreven worden. Doch het ergste was nog niet gekomen. De storm bleef [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] totdat wij eene haven konden bereiken. De kapitein bleef derhalve noodseinen doen, en een klein schip, dat voor ons had gelegen, waagde het ons eene boot toe te zenden. Met het grootste gevaar naderde deze ons, maar het was ons onmogelijk er in te gaan, en voor de boot, bij ons op zijde te komen liggen; tot eindelijk het volk zoo hard roeide, dat zij met levensgevaar ons zoo nabij kwamen, dat wij [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] was, om de boot strandwaarts te brengen, zagen wij, als eene golf onze sloep ophief, eene menigte volks langs het strand loopen, om ons te hulp te schieten, als wij digter bij zouden komen. Wij naderden echter slechts langzaam het strand, en bereikten het eerst voorbij de vuurtoren van Winterton, waar het strand westwaarts inloopt, en hierdoor een weinig het geweld van den wind breekt. Niet zonder [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] spoedig ingehaald zou hebben. Ik ging dus naar de kajuit, haalde er een geweer uit en legde op hem aan. " Zoo gij mij ongemoeid laat, zal ik u geen kwaad doen, " zeide ik, " maar zoo gij de boot nadert, zal ik u een kogel door het hoofd jagen. De zee is stil, en gij kunt gemakkelijk naar den wal zwemmen. Ik wil mijne vrijheid weder hebben. " Hij keerde zich om en zwom naar het strand, dat hij [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] wist ik niet wat te doen, dan de eilanden op te zoeken of onder de Negers om te komen. Ik wist, dat al de schepen van Europa, naar de kust van Guinea of Brazilië bestemd, de Kaap Verdische eilanden naderen. In één woord, ik had geen ander uitzigt, dan de kans van door een schip gezien te worden of den dood.
(Robinson Crusoe)
-
Ik was thans voorzien van wortelen en koorn, zoo als het was, en van water. Ik verliet dan mijne vriendelijke Negers, en stevende nog elf dagen in dezelfde rigting, zonder te beproeven de kust te naderen; tot dat ik het land een groot eind in zee zag loopen, op ongeveer vier of vijf mijlen voor mij uit. Daar de zee zeer kalm was, hield ik zeewaarts, om deze landtong om te zeilen. Eindelijk dezelve [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] met mijn riem den grond bereiken kon, en toen stuurde ik erbinnen. Hier was bijkans weder al mijne lading in zee gevallen, want het strand liep hier met zulk eene steile helling, dat ik nergens kon naderen, of het eene einde van het vlot zou als het aan den wal stiet, zoo hoog en het andere einde zoo laag liggen, dat de lading op nieuw groot gevaar moest loopen. Al wat ik doen kon, was te wachten, tot [...]
(Robinson Crusoe)
-
[...] derhalve den volgenden dag met mijn hond uit, en hitste hem op de geiten aan; maar ik had mij misrekend, want zij hielden stand tegen den hond, en deze besefte zijn gevaar, want hij durfde haar niet naderen.
(Robinson Crusoe)
-
[...] was. Ik vond hier werk genoeg en besloot een voorraad aan te leggen van druiven, zoo wel als van limmetjes en limoenen, om mij te voorzien voor het regenachtig jaargetij, hetwelk ik wist dat naderde.
(Robinson Crusoe)
-
[...] ik meer op mijn gemak. Al deze arbeid was alleen ontstaan uit de vrees, die de afdruk van een menschenvoet bij mij verwekt had; want tot hiertoe had ik nog geen menschelijk wezen het eiland zien naderen; en thans had deze ongerustheid mij twee jaren lang het leven verbitterd, gelijk iedereen gelooven zal, die weet wat het is, in voortdurenden angst te leven. Ik moet ook bekennen, dat deze angst [...]
(Robinson Crusoe)
Etymology
From Middle Dutch naderen, earlier naren. Equivalent to nader + -en.
Additional Information