naderen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of naderen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: naderen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: naderend
Past participle - Verleden deelwoord: genaderd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iknader
jijnadert
hijnadert
wijnaderen
jullienaderen
zijnaderen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb genaderd
jijhebt genaderd
hijheeft genaderd
wijhebben genaderd
julliehebben genaderd
zijhebben genaderd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iknaderde
jijnaderde
hijnaderde
wijnaderden
jullienaderden
zijnaderden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad genaderd
jijhad genaderd
hijhad genaderd
wijhadden genaderd
julliehadden genaderd
zijhadden genaderd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal naderen
jijzult naderen
hijzal naderen
wijzullen naderen
julliezullen naderen
zijzullen naderen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal genaderd hebben
jijzult genaderd hebben
hijzal genaderd hebben
wijzullen genaderd hebben
julliezullen genaderd hebben
zijzullen genaderd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou naderen
jijzou naderen
hijzou naderen
wijzouden naderen
julliezouden naderen
zijzouden naderen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou genaderd hebben
jijzou genaderd hebben
hijzou genaderd hebben
wijzouden genaderd hebben
julliezouden genaderd hebben
zijzouden genaderd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijnader

Translations

  • approach, to come or go near, in place or time; to advance nearer; to draw nigh
  • approach, to come near to (someone or something) in place, time, character, or value
  • near, come closer to
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • [...] die mij toen bezig hielden, mij nog kan te binnen brengen, dunkt mij, dat mijn vorig berouw en de verstoktheid, waarmede ik dit had laten varen, mij tienmaal meer kwelling veroorzaakten, dan het naderen van den dood; deze denkbeelden, gevoegd bij het woeden van den storm, bragten mij in een toestand, die niet door woorden kan beschreven worden. Doch het ergste was nog niet gekomen. De storm bleef [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] totdat wij eene haven konden bereiken. De kapitein bleef derhalve noodseinen doen, en een klein schip, dat voor ons had gelegen, waagde het ons eene boot toe te zenden. Met het grootste gevaar naderde deze ons, maar het was ons onmogelijk er in te gaan, en voor de boot, bij ons op zijde te komen liggen; tot eindelijk het volk zoo hard roeide, dat zij met levensgevaar ons zoo nabij kwamen, dat wij [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] was, om de boot strandwaarts te brengen, zagen wij, als eene golf onze sloep ophief, eene menigte volks langs het strand loopen, om ons te hulp te schieten, als wij digter bij zouden komen. Wij naderden echter slechts langzaam het strand, en bereikten het eerst voorbij de vuurtoren van Winterton, waar het strand westwaarts inloopt, en hierdoor een weinig het geweld van den wind breekt. Niet zonder [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] spoedig ingehaald zou hebben. Ik ging dus naar de kajuit, haalde er een geweer uit en legde op hem aan. " Zoo gij mij ongemoeid laat, zal ik u geen kwaad doen, " zeide ik, " maar zoo gij de boot nadert, zal ik u een kogel door het hoofd jagen. De zee is stil, en gij kunt gemakkelijk naar den wal zwemmen. Ik wil mijne vrijheid weder hebben. " Hij keerde zich om en zwom naar het strand, dat hij [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] wist ik niet wat te doen, dan de eilanden op te zoeken of onder de Negers om te komen. Ik wist, dat al de schepen van Europa, naar de kust van Guinea of Brazilië bestemd, de Kaap Verdische eilanden naderen. In één woord, ik had geen ander uitzigt, dan de kans van door een schip gezien te worden of den dood. (Robinson Crusoe)
    • Ik was thans voorzien van wortelen en koorn, zoo als het was, en van water. Ik verliet dan mijne vriendelijke Negers, en stevende nog elf dagen in dezelfde rigting, zonder te beproeven de kust te naderen; tot dat ik het land een groot eind in zee zag loopen, op ongeveer vier of vijf mijlen voor mij uit. Daar de zee zeer kalm was, hield ik zeewaarts, om deze landtong om te zeilen. Eindelijk dezelve [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] met mijn riem den grond bereiken kon, en toen stuurde ik erbinnen. Hier was bijkans weder al mijne lading in zee gevallen, want het strand liep hier met zulk eene steile helling, dat ik nergens kon naderen, of het eene einde van het vlot zou als het aan den wal stiet, zoo hoog en het andere einde zoo laag liggen, dat de lading op nieuw groot gevaar moest loopen. Al wat ik doen kon, was te wachten, tot [...] (Robinson Crusoe)
    • [...] derhalve den volgenden dag met mijn hond uit, en hitste hem op de geiten aan; maar ik had mij misrekend, want zij hielden stand tegen den hond, en deze besefte zijn gevaar, want hij durfde haar niet naderen. (Robinson Crusoe)
    • [...] was. Ik vond hier werk genoeg en besloot een voorraad aan te leggen van druiven, zoo wel als van limmetjes en limoenen, om mij te voorzien voor het regenachtig jaargetij, hetwelk ik wist dat naderde. (Robinson Crusoe)
    • [...] ik meer op mijn gemak. Al deze arbeid was alleen ontstaan uit de vrees, die de afdruk van een menschenvoet bij mij verwekt had; want tot hiertoe had ik nog geen menschelijk wezen het eiland zien naderen; en thans had deze ongerustheid mij twee jaren lang het leven verbitterd, gelijk iedereen gelooven zal, die weet wat het is, in voortdurenden angst te leven. Ik moet ook bekennen, dat deze angst [...] (Robinson Crusoe)

    Etymology

    From Middle Dutch naderen, earlier naren. Equivalent to nader + -en.

    Additional Information