mechaniseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of mechaniseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: mechaniseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: mechaniserend
Past participle - Verleden deelwoord: gemechaniseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmechaniseer
jijmechaniseert
hijmechaniseert
wijmechaniseren
julliemechaniseren
zijmechaniseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gemechaniseerd
jijhebt gemechaniseerd
hijheeft gemechaniseerd
wijhebben gemechaniseerd
julliehebben gemechaniseerd
zijhebben gemechaniseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmechaniseerde
jijmechaniseerde
hijmechaniseerde
wijmechaniseerden
julliemechaniseerden
zijmechaniseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gemechaniseerd
jijhad gemechaniseerd
hijhad gemechaniseerd
wijhadden gemechaniseerd
julliehadden gemechaniseerd
zijhadden gemechaniseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal mechaniseren
jijzult mechaniseren
hijzal mechaniseren
wijzullen mechaniseren
julliezullen mechaniseren
zijzullen mechaniseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gemechaniseerd hebben
jijzult gemechaniseerd hebben
hijzal gemechaniseerd hebben
wijzullen gemechaniseerd hebben
julliezullen gemechaniseerd hebben
zijzullen gemechaniseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou mechaniseren
jijzou mechaniseren
hijzou mechaniseren
wijzouden mechaniseren
julliezouden mechaniseren
zijzouden mechaniseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gemechaniseerd hebben
jijzou gemechaniseerd hebben
hijzou gemechaniseerd hebben
wijzouden gemechaniseerd hebben
julliezouden gemechaniseerd hebben
zijzouden gemechaniseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmechaniseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Additional Information