mailen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of mailen

The word "mailen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: mailen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: mailend
Past participle - Verleden deelwoord: gemaild

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmail
jijmailt
hijmailt
wijmailen
julliemailen
zijmailen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gemaild
jijhebt gemaild
hijheeft gemaild
wijhebben gemaild
julliehebben gemaild
zijhebben gemaild

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmailde
jijmailde
hijmailde
wijmailden
julliemailden
zijmailden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gemaild
jijhad gemaild
hijhad gemaild
wijhadden gemaild
julliehadden gemaild
zijhadden gemaild

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal mailen
jijzult mailen
hijzal mailen
wijzullen mailen
julliezullen mailen
zijzullen mailen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gemaild hebben
jijzult gemaild hebben
hijzal gemaild hebben
wijzullen gemaild hebben
julliezullen gemaild hebben
zijzullen gemaild hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou mailen
jijzou mailen
hijzou mailen
wijzouden mailen
julliezouden mailen
zijzouden mailen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gemaild hebben
jijzou gemaild hebben
hijzou gemaild hebben
wijzouden gemaild hebben
julliezouden gemaild hebben
zijzouden gemaild hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmail

Translations

  • email, (''transitive'') to send an email or emails to
  • email, (''intransitive'') to send, or compose and send, an email or emails
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from English e-mail with -en appended and the e- dropped. See: English 'e-mail'.

    Additional Information