lenzen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of lenzen

The word "lenzen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: lenzen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: lenzend
Past participle - Verleden deelwoord: gelensd

Cognates

See the 2 cognates of lenzen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

iklens
jijlenst
hijlenst
wijlenzen
jullielenzen
zijlenzen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gelensd
jijhebt gelensd
hijheeft gelensd
wijhebben gelensd
julliehebben gelensd
zijhebben gelensd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

iklensde
jijlensde
hijlensde
wijlensden
jullielensden
zijlensden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gelensd
jijhad gelensd
hijhad gelensd
wijhadden gelensd
julliehadden gelensd
zijhadden gelensd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal lenzen
jijzult lenzen
hijzal lenzen
wijzullen lenzen
julliezullen lenzen
zijzullen lenzen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gelensd hebben
jijzult gelensd hebben
hijzal gelensd hebben
wijzullen gelensd hebben
julliezullen gelensd hebben
zijzullen gelensd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou lenzen
jijzou lenzen
hijzou lenzen
wijzouden lenzen
julliezouden lenzen
zijzouden lenzen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gelensd hebben
jijzou gelensd hebben
hijzou gelensd hebben
wijzouden gelensd hebben
julliezouden gelensd hebben
zijzouden gelensd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijlens

Verbs conjugated like 'lenzen'

glanzen, grenzen, niezen, omhelzen, reizen, veinzen, verhuizen,

Verbs similar to 'lenzen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "lenzen"

Swedish länsa.

Additional Information