Nominal Forms
Infinitive - Onbepaalde wijs: klapwieken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: klapwiekend
Past participle - Verleden deelwoord: geklapwiekt
Cognates
-
Indicative - Aantonende wijs
Present
Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]
Present Perfect
Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]
Past
Onvoltooid verleden tijd [o v t]
Past Perfect
Voltooid verleden tijd [v v t]
Future
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]
Future Perfect
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]
| hij | zal geklapwiekt hebben |
Conditional
Imperfect
Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]
Perfect
Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]
| hij | zou geklapwiekt hebben |
Imperative - Gebiedende wijs
Verbs conjugated like 'klapwieken'
aanboeken,
aaneenkoeken,
aangrinniken,
aanharken,
aanjanken,
aanjuichen,
aankalken,
aanlijken,
aanlonken,
aanmerken,
aanreiken,
aanstuiken,
aanvonken,
aanwenken,
aanwerken,
afchecken,
afdanken,
afharken,
afkalken,
afkicken, etc. (List truncated at 20 verbs)
Verbs similar to 'klapwieken'
klapperen,
klieken,
kortwieken,
leewieken,
afwijken,
flapperen,
kapselen,
karweien,
kieken,
klaarmaken,
Translations
Synonyms & Antonyms
Synonyms
- kleppen
- klepperen
Sample Sentences
-
Twee meeuwen klapwieken krijsend over de hoofden van de journalisten, vechtend om een overgebleven frietje. [2014 July 22, “Zelfs de hemel huilt”, in De Telegraaf:]
-
Zo maken grote vogels – zoals vale gieren – slim gebruik van thermiek om hoogte te winnen zonder hun vleugels te hoeven klapwieken. [2015 October 15, Tim Kraaijvanger, “Gedrag van vogels kan gebruikt worden als weersvoorspelling”, in Scientas.nl:]
-
Kortom, de emoties klapwieken heen en weer tussen jankende pret en huilend plezier! [2015 October 8, “Jubileumrevue Kommer en Kwel”, in Sneeker Nieuwsblad:]
Etymology
Compound of klappen (“to clap, to flap”) + wieken (“to use wings”).
Additional Information