kannibaliseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of kannibaliseren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: kannibaliseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: kannibaliserend
Past participle - Verleden deelwoord: gekannibaliseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikkannibaliseer
jijkannibaliseert
hijkannibaliseert
wijkannibaliseren
julliekannibaliseren
zijkannibaliseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gekannibaliseerd
jijhebt gekannibaliseerd
hijheeft gekannibaliseerd
wijhebben gekannibaliseerd
julliehebben gekannibaliseerd
zijhebben gekannibaliseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikkannibaliseerde
jijkannibaliseerde
hijkannibaliseerde
wijkannibaliseerden
julliekannibaliseerden
zijkannibaliseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gekannibaliseerd
jijhad gekannibaliseerd
hijhad gekannibaliseerd
wijhadden gekannibaliseerd
julliehadden gekannibaliseerd
zijhadden gekannibaliseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal kannibaliseren
jijzult kannibaliseren
hijzal kannibaliseren
wijzullen kannibaliseren
julliezullen kannibaliseren
zijzullen kannibaliseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gekannibaliseerd hebben
jijzult gekannibaliseerd hebben
hijzal gekannibaliseerd hebben
wijzullen gekannibaliseerd hebben
julliezullen gekannibaliseerd hebben
zijzullen gekannibaliseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou kannibaliseren
jijzou kannibaliseren
hijzou kannibaliseren
wijzouden kannibaliseren
julliezouden kannibaliseren
zijzouden kannibaliseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gekannibaliseerd hebben
jijzou gekannibaliseerd hebben
hijzou gekannibaliseerd hebben
wijzouden gekannibaliseerd hebben
julliezouden gekannibaliseerd hebben
zijzouden gekannibaliseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijkannibaliseer

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Daar de mannetjes 95% van hun tijd op het nest zitten en dus weinig tijd hebben om buitenshuis te fourageren, kannibaliseren ze eitjes uit hun eigen nest: gemideld ^([sic – meaning gemiddeld]) 36 per dag. (Since the males spend 95% of their time on the nest and therefore have little time to forage outside, they cannibalize eggs from their own nest: an average of 36 per day.) [1994 July 14, “Viswijfjes letten niet op stoer baltsgedrag maar op eieren in nest”, in NRC Handelsblad, Rotterdam:]
  • Van die Neptunes vliegt er nog maar een. De rest is zoals het in vaktermen heet gekannibaliseerd; onderdelen die niet meer te krijgen zijn zijn er vanaf gesloopt om andere toestellen in de lucht te houden. (Only one of those Neptunes is still flying. The rest have been, as it's called in technical jargon, cannibalized; parts that are no longer available are scrapped off to keep other aircraft in the air.) [1982 July 22, “Opleiding”, in De Volkskrant, 's-Hertogenbosch:]
  • Is de kans niet groot dat V8 zusterzenders SBS 6 en Net5 zal kannibaliseren, er kijkers zal wegtrekken? (Isn't there a good chance that V8 will cannibalize sister channels SBS 6 and Net5 and draw away viewers?) [2001 April 28, “SBS opent jeugdhonk”, in Algemeen Dagblad, Rotterdam:]

Etymology

From kannibaal + -iseren.

Additional Information