instorten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of instorten

The word "instorten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: instorten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: instortend
Past participle - Verleden deelwoord: ingestort

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikstort in
jijstort in
hijstort in
wijstorten in
julliestorten in
zijstorten in

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ingestort
jijhebt ingestort
hijheeft ingestort
wijhebben ingestort
julliehebben ingestort
zijhebben ingestort

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikstortte in
jijstortte in
hijstortte in
wijstortten in
julliestortten in
zijstortten in

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ingestort
jijhad ingestort
hijhad ingestort
wijhadden ingestort
julliehadden ingestort
zijhadden ingestort

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal instorten
jijzult instorten
hijzal instorten
wijzullen instorten
julliezullen instorten
zijzullen instorten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ingestort hebben
jijzult ingestort hebben
hijzal ingestort hebben
wijzullen ingestort hebben
julliezullen ingestort hebben
zijzullen ingestort hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou instorten
jijzou instorten
hijzou instorten
wijzouden instorten
julliezouden instorten
zijzouden instorten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ingestort hebben
jijzou ingestort hebben
hijzou ingestort hebben
wijzouden ingestort hebben
julliezouden ingestort hebben
zijzouden ingestort hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijstort in

Verbs similar to 'instorten'

Translations

  • collapse, to fall down suddenly; to cave in
  • flop, to fall heavily, because lacking energy
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    • op instorten staan (to be on the verge of collapsing; to be falling apart)

    Etymology

    From in + storten.

    Additional Information