inmetselen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of inmetselen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: inmetselen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: inmetselend
Past participle - Verleden deelwoord: ingemetseld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikmetsel in
jijmetselt in
hijmetselt in
wijmetselen in
julliemetselen in
zijmetselen in

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb ingemetseld
jijhebt ingemetseld
hijheeft ingemetseld
wijhebben ingemetseld
julliehebben ingemetseld
zijhebben ingemetseld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikmetselde in
jijmetselde in
hijmetselde in
wijmetselden in
julliemetselden in
zijmetselden in

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad ingemetseld
jijhad ingemetseld
hijhad ingemetseld
wijhadden ingemetseld
julliehadden ingemetseld
zijhadden ingemetseld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal inmetselen
jijzult inmetselen
hijzal inmetselen
wijzullen inmetselen
julliezullen inmetselen
zijzullen inmetselen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal ingemetseld hebben
jijzult ingemetseld hebben
hijzal ingemetseld hebben
wijzullen ingemetseld hebben
julliezullen ingemetseld hebben
zijzullen ingemetseld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou inmetselen
jijzou inmetselen
hijzou inmetselen
wijzouden inmetselen
julliezouden inmetselen
zijzouden inmetselen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou ingemetseld hebben
jijzou ingemetseld hebben
hijzou ingemetseld hebben
wijzouden ingemetseld hebben
julliezouden ingemetseld hebben
zijzouden ingemetseld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijmetsel in

Translations

  • immure, to put or bury within a wall
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Additional Information