huiken – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of huiken

The word "huiken" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: huiken
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: huikend
Past participle - Verleden deelwoord: gehuikt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhuik
jijhuikt
hijhuikt
wijhuiken
julliehuiken
zijhuiken

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gehuikt
jijhebt gehuikt
hijheeft gehuikt
wijhebben gehuikt
julliehebben gehuikt
zijhebben gehuikt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhuikte
jijhuikte
hijhuikte
wijhuikten
julliehuikten
zijhuikten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gehuikt
jijhad gehuikt
hijhad gehuikt
wijhadden gehuikt
julliehadden gehuikt
zijhadden gehuikt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal huiken
jijzult huiken
hijzal huiken
wijzullen huiken
julliezullen huiken
zijzullen huiken

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gehuikt hebben
jijzult gehuikt hebben
hijzal gehuikt hebben
wijzullen gehuikt hebben
julliezullen gehuikt hebben
zijzullen gehuikt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou huiken
jijzou huiken
hijzou huiken
wijzouden huiken
julliezouden huiken
zijzouden huiken

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gehuikt hebben
jijzou gehuikt hebben
hijzou gehuikt hebben
wijzouden gehuikt hebben
julliezouden gehuikt hebben
zijzouden gehuikt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhuik

Verbs similar to 'huiken'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • He bent under a heavy weight. [1802, Hij huikt van zwaren last, Weiland. Nederduitsch taalkundig woordenboek:]

Etymology

From Middle Dutch hūken, from Proto-Germanic *hūkaną (“to squat”), from *hūkkan-, back-formed from the iterative *huk(k)ōn-, from Proto-Indo-European *kuk-néh₂, from *kewk- (“to curve, bend”) (also the source of English high). See: Proto-Germanic '*hūkaną', English 'high'.

Verbs referencing "huiken"

Swedish huka.

Additional Information