hommelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of hommelen

The word "hommelen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: hommelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: hommelend
Past participle - Verleden deelwoord: gehommeeld

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikhommeel
jijhommeelt
hijhommeelt
wijhommelen
julliehommelen
zijhommelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gehommeeld
jijhebt gehommeeld
hijheeft gehommeeld
wijhebben gehommeeld
julliehebben gehommeeld
zijhebben gehommeeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikhommeelde
jijhommeelde
hijhommeelde
wijhommeelden
julliehommeelden
zijhommeelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gehommeeld
jijhad gehommeeld
hijhad gehommeeld
wijhadden gehommeeld
julliehadden gehommeeld
zijhadden gehommeeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal hommelen
jijzult hommelen
hijzal hommelen
wijzullen hommelen
julliezullen hommelen
zijzullen hommelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gehommeeld hebben
jijzult gehommeeld hebben
hijzal gehommeeld hebben
wijzullen gehommeeld hebben
julliezullen gehommeeld hebben
zijzullen gehommeeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou hommelen
jijzou hommelen
hijzou hommelen
wijzouden hommelen
julliezouden hommelen
zijzouden hommelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gehommeeld hebben
jijzou gehommeeld hebben
hijzou gehommeeld hebben
wijzouden gehommeeld hebben
julliezouden gehommeeld hebben
zijzouden gehommeeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijhommeel

Verbs similar to 'hommelen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "hommelen"

English hum.

Additional Information