gedijen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of gedijen

The word "gedijen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: gedijen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: gedijend
Past participle - Verleden deelwoord: gediijd

Cognates

See the 2 cognates of gedijen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgediij
jijgediijt
hijgediijt
wijgedijen
julliegedijen
zijgedijen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gediijd
jijhebt gediijd
hijheeft gediijd
wijhebben gediijd
julliehebben gediijd
zijhebben gediijd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgediijde
jijgediijde
hijgediijde
wijgediijden
julliegediijden
zijgediijden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gediijd
jijhad gediijd
hijhad gediijd
wijhadden gediijd
julliehadden gediijd
zijhadden gediijd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal gedijen
jijzult gedijen
hijzal gedijen
wijzullen gedijen
julliezullen gedijen
zijzullen gedijen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gediijd hebben
jijzult gediijd hebben
hijzal gediijd hebben
wijzullen gediijd hebben
julliezullen gediijd hebben
zijzullen gediijd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou gedijen
jijzou gedijen
hijzou gedijen
wijzouden gedijen
julliezouden gedijen
zijzouden gedijen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gediijd hebben
jijzou gediijd hebben
hijzou gediijd hebben
wijzouden gediijd hebben
julliezouden gediijd hebben
zijzouden gediijd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgediij

Verbs similar to 'gedijen'

Translations

  • flourish, to prosper or fare well
  • thrive, to increase in bulk or stature
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch gediën, from Old Dutch githīan, from Proto-West Germanic *gaþį̄han, from Proto-Germanic *gaþinhaną. Cognates include German gedeihen, Gothic 𐌲𐌰𐌸𐌴𐌹𐌷𐌰𐌽 (gaþeihan). See: German, old spelling 'gedeihen'.

    Verbs referencing "gedijen"

    Old English þeon, German, old spelling gedeihen.

    Additional Information