gamen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of gamen

The word "gamen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: gamen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: gamend
Past participle - Verleden deelwoord: gegaamd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgaam
jijgaamt
hijgaamt
wijgamen
julliegamen
zijgamen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gegaamd
jijhebt gegaamd
hijheeft gegaamd
wijhebben gegaamd
julliehebben gegaamd
zijhebben gegaamd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgaamde
jijgaamde
hijgaamde
wijgaamden
julliegaamden
zijgaamden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gegaamd
jijhad gegaamd
hijhad gegaamd
wijhadden gegaamd
julliehadden gegaamd
zijhadden gegaamd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal gamen
jijzult gamen
hijzal gamen
wijzullen gamen
julliezullen gamen
zijzullen gamen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gegaamd hebben
jijzult gegaamd hebben
hijzal gegaamd hebben
wijzullen gegaamd hebben
julliezullen gegaamd hebben
zijzullen gegaamd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou gamen
jijzou gamen
hijzou gamen
wijzouden gamen
julliezouden gamen
zijzouden gamen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gegaamd hebben
jijzou gegaamd hebben
hijzou gegaamd hebben
wijzouden gegaamd hebben
julliezouden gegaamd hebben
zijzouden gegaamd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgaam

Verbs similar to 'gamen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from English game. See: English 'game'.

Additional Information