gabbelen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of gabbelen

The word "gabbelen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: gabbelen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: gabbelend
Past participle - Verleden deelwoord: gegabbeeld

Cognates

See the 2 cognates of gabbelen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikgabbeel
jijgabbeelt
hijgabbeelt
wijgabbelen
julliegabbelen
zijgabbelen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gegabbeeld
jijhebt gegabbeeld
hijheeft gegabbeeld
wijhebben gegabbeeld
julliehebben gegabbeeld
zijhebben gegabbeeld

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikgabbeelde
jijgabbeelde
hijgabbeelde
wijgabbeelden
julliegabbeelden
zijgabbeelden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gegabbeeld
jijhad gegabbeeld
hijhad gegabbeeld
wijhadden gegabbeeld
julliehadden gegabbeeld
zijhadden gegabbeeld

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal gabbelen
jijzult gabbelen
hijzal gabbelen
wijzullen gabbelen
julliezullen gabbelen
zijzullen gabbelen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gegabbeeld hebben
jijzult gegabbeeld hebben
hijzal gegabbeeld hebben
wijzullen gegabbeeld hebben
julliezullen gegabbeeld hebben
zijzullen gegabbeeld hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou gabbelen
jijzou gabbelen
hijzou gabbelen
wijzouden gabbelen
julliezouden gabbelen
zijzouden gabbelen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gegabbeeld hebben
jijzou gegabbeeld hebben
hijzou gegabbeeld hebben
wijzouden gegabbeeld hebben
julliezouden gegabbeeld hebben
zijzouden gegabbeeld hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijgabbeel

Verbs similar to 'gabbelen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "gabbelen"

English gabble.

Additional Information