freineren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of freineren

The word "freineren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: freineren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: freinerend
Past participle - Verleden deelwoord: gefreineerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikfreineer
jijfreineert
hijfreineert
wijfreineren
julliefreineren
zijfreineren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gefreineerd
jijhebt gefreineerd
hijheeft gefreineerd
wijhebben gefreineerd
julliehebben gefreineerd
zijhebben gefreineerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikfreineerde
jijfreineerde
hijfreineerde
wijfreineerden
julliefreineerden
zijfreineerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gefreineerd
jijhad gefreineerd
hijhad gefreineerd
wijhadden gefreineerd
julliehadden gefreineerd
zijhadden gefreineerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal freineren
jijzult freineren
hijzal freineren
wijzullen freineren
julliezullen freineren
zijzullen freineren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gefreineerd hebben
jijzult gefreineerd hebben
hijzal gefreineerd hebben
wijzullen gefreineerd hebben
julliezullen gefreineerd hebben
zijzullen gefreineerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou freineren
jijzou freineren
hijzou freineren
wijzouden freineren
julliezouden freineren
zijzouden freineren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gefreineerd hebben
jijzou gefreineerd hebben
hijzou gefreineerd hebben
wijzouden gefreineerd hebben
julliezouden gefreineerd hebben
zijzouden gefreineerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijfreineer

Verbs similar to 'freineren'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from French freiner. See: French 'freiner'.

Additional Information