framen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of framen

The word "framen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: framen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: framend
Past participle - Verleden deelwoord: gefraamd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikfraam
jijfraamt
hijfraamt
wijframen
jullieframen
zijframen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gefraamd
jijhebt gefraamd
hijheeft gefraamd
wijhebben gefraamd
julliehebben gefraamd
zijhebben gefraamd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikfraamde
jijfraamde
hijfraamde
wijfraamden
julliefraamden
zijfraamden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gefraamd
jijhad gefraamd
hijhad gefraamd
wijhadden gefraamd
julliehadden gefraamd
zijhadden gefraamd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal framen
jijzult framen
hijzal framen
wijzullen framen
julliezullen framen
zijzullen framen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gefraamd hebben
jijzult gefraamd hebben
hijzal gefraamd hebben
wijzullen gefraamd hebben
julliezullen gefraamd hebben
zijzullen gefraamd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou framen
jijzou framen
hijzou framen
wijzouden framen
julliezouden framen
zijzouden framen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gefraamd hebben
jijzou gefraamd hebben
hijzou gefraamd hebben
wijzouden gefraamd hebben
julliezouden gefraamd hebben
zijzouden gefraamd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijfraam

Verbs similar to 'framen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from English frame. See: English 'frame'.

Additional Information