filmen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of filmen

The word "filmen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: filmen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: filmend
Past participle - Verleden deelwoord: gefilmd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikfilm
jijfilmt
hijfilmt
wijfilmen
julliefilmen
zijfilmen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gefilmd
jijhebt gefilmd
hijheeft gefilmd
wijhebben gefilmd
julliehebben gefilmd
zijhebben gefilmd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikfilmde
jijfilmde
hijfilmde
wijfilmden
julliefilmden
zijfilmden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gefilmd
jijhad gefilmd
hijhad gefilmd
wijhadden gefilmd
julliehadden gefilmd
zijhadden gefilmd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal filmen
jijzult filmen
hijzal filmen
wijzullen filmen
julliezullen filmen
zijzullen filmen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gefilmd hebben
jijzult gefilmd hebben
hijzal gefilmd hebben
wijzullen gefilmd hebben
julliezullen gefilmd hebben
zijzullen gefilmd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou filmen
jijzou filmen
hijzou filmen
wijzouden filmen
julliezouden filmen
zijzouden filmen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gefilmd hebben
jijzou gefilmd hebben
hijzou gefilmd hebben
wijzouden gefilmd hebben
julliezouden gefilmd hebben
zijzouden gefilmd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijfilm

Translations

  • film, to record a motion picture
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from English film. Equivalent to film + -en. See: English 'film'.

    Additional Information