enten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of enten

The word "enten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: enten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: entend
Past participle - Verleden deelwoord: geënt

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikent
jijent
hijent
wijenten
jullieenten
zijenten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geënt
jijhebt geënt
hijheeft geënt
wijhebben geënt
julliehebben geënt
zijhebben geënt

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikentte
jijentte
hijentte
wijentten
jullieentten
zijentten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geënt
jijhad geënt
hijhad geënt
wijhadden geënt
julliehadden geënt
zijhadden geënt

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal enten
jijzult enten
hijzal enten
wijzullen enten
julliezullen enten
zijzullen enten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geënt hebben
jijzult geënt hebben
hijzal geënt hebben
wijzullen geënt hebben
julliezullen geënt hebben
zijzullen geënt hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou enten
jijzou enten
hijzou enten
wijzouden enten
julliezouden enten
zijzouden enten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geënt hebben
jijzou geënt hebben
hijzou geënt hebben
wijzouden geënt hebben
julliezouden geënt hebben
zijzouden geënt hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijent

Verbs similar to 'enten'

Translations

  • graft, to insert a graft in another tree
  • graft, to join as if by grafting
  • graft, to insert scions
  • inoculate, to add one substance to another
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch enten, from Old French enter, from Latin imputō. See: Middle Dutch 'enten', Latin 'imputō'.

    Additional Information