elimineren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of elimineren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: elimineren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: eliminerend
Past participle - Verleden deelwoord: geëlimineerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikelimineer
jijelimineert
hijelimineert
wijelimineren
jullieelimineren
zijelimineren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geëlimineerd
jijhebt geëlimineerd
hijheeft geëlimineerd
wijhebben geëlimineerd
julliehebben geëlimineerd
zijhebben geëlimineerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikelimineerde
jijelimineerde
hijelimineerde
wijelimineerden
jullieelimineerden
zijelimineerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geëlimineerd
jijhad geëlimineerd
hijhad geëlimineerd
wijhadden geëlimineerd
julliehadden geëlimineerd
zijhadden geëlimineerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal elimineren
jijzult elimineren
hijzal elimineren
wijzullen elimineren
julliezullen elimineren
zijzullen elimineren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geëlimineerd hebben
jijzult geëlimineerd hebben
hijzal geëlimineerd hebben
wijzullen geëlimineerd hebben
julliezullen geëlimineerd hebben
zijzullen geëlimineerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou elimineren
jijzou elimineren
hijzou elimineren
wijzouden elimineren
julliezouden elimineren
zijzouden elimineren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geëlimineerd hebben
jijzou geëlimineerd hebben
hijzou geëlimineerd hebben
wijzouden geëlimineerd hebben
julliezouden geëlimineerd hebben
zijzouden geëlimineerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijelimineer

Translations

Synonyms & Antonyms

Synonyms

uitschakelen
verwijderen, wegwerken

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from French éliminer. See: French 'éliminer'.

Additional Information