ecraseren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ecraseren

The word "ecraseren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ecraseren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ecraserend
Past participle - Verleden deelwoord: geëcraseerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikecraseer
jijecraseert
hijecraseert
wijecraseren
jullieecraseren
zijecraseren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geëcraseerd
jijhebt geëcraseerd
hijheeft geëcraseerd
wijhebben geëcraseerd
julliehebben geëcraseerd
zijhebben geëcraseerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikecraseerde
jijecraseerde
hijecraseerde
wijecraseerden
jullieecraseerden
zijecraseerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geëcraseerd
jijhad geëcraseerd
hijhad geëcraseerd
wijhadden geëcraseerd
julliehadden geëcraseerd
zijhadden geëcraseerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ecraseren
jijzult ecraseren
hijzal ecraseren
wijzullen ecraseren
julliezullen ecraseren
zijzullen ecraseren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geëcraseerd hebben
jijzult geëcraseerd hebben
hijzal geëcraseerd hebben
wijzullen geëcraseerd hebben
julliezullen geëcraseerd hebben
zijzullen geëcraseerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ecraseren
jijzou ecraseren
hijzou ecraseren
wijzouden ecraseren
julliezouden ecraseren
zijzouden ecraseren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geëcraseerd hebben
jijzou geëcraseerd hebben
hijzou geëcraseerd hebben
wijzouden geëcraseerd hebben
julliezouden geëcraseerd hebben
zijzouden geëcraseerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijecraseer

Verbs similar to 'ecraseren'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from French écraser. See: French 'écraser'.

Additional Information