dwijnen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of dwijnen

The word "dwijnen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: dwijnen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: dwijnend
Past participle - Verleden deelwoord: gedwijnd

Cognates

See the 3 cognates of dwijnen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdwijn
jijdwijnt
hijdwijnt
wijdwijnen
julliedwijnen
zijdwijnen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedwijnd
jijhebt gedwijnd
hijheeft gedwijnd
wijhebben gedwijnd
julliehebben gedwijnd
zijhebben gedwijnd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdwijnde
jijdwijnde
hijdwijnde
wijdwijnden
julliedwijnden
zijdwijnden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedwijnd
jijhad gedwijnd
hijhad gedwijnd
wijhadden gedwijnd
julliehadden gedwijnd
zijhadden gedwijnd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal dwijnen
jijzult dwijnen
hijzal dwijnen
wijzullen dwijnen
julliezullen dwijnen
zijzullen dwijnen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedwijnd hebben
jijzult gedwijnd hebben
hijzal gedwijnd hebben
wijzullen gedwijnd hebben
julliezullen gedwijnd hebben
zijzullen gedwijnd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou dwijnen
jijzou dwijnen
hijzou dwijnen
wijzouden dwijnen
julliezouden dwijnen
zijzouden dwijnen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedwijnd hebben
jijzou gedwijnd hebben
hijzou gedwijnd hebben
wijzouden gedwijnd hebben
julliezouden gedwijnd hebben
zijzouden gedwijnd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdwijn

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From Middle Dutch dwinen, from Old Dutch *dwīnan, from Proto-West Germanic *dwīnan, from Proto-Germanic *dwīnaną. See: Middle Dutch 'dwinen', Proto-Germanic '*dwīnaną'.

Verbs referencing "dwijnen"

English dwine.

Additional Information