drenzen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of drenzen

The word "drenzen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: drenzen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: drenzend
Past participle - Verleden deelwoord: gedrensd

Cognates

See the 4 cognates of drenzen

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdrens
jijdrenst
hijdrenst
wijdrenzen
julliedrenzen
zijdrenzen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedrensd
jijhebt gedrensd
hijheeft gedrensd
wijhebben gedrensd
julliehebben gedrensd
zijhebben gedrensd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdrensde
jijdrensde
hijdrensde
wijdrensden
julliedrensden
zijdrensden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedrensd
jijhad gedrensd
hijhad gedrensd
wijhadden gedrensd
julliehadden gedrensd
zijhadden gedrensd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal drenzen
jijzult drenzen
hijzal drenzen
wijzullen drenzen
julliezullen drenzen
zijzullen drenzen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedrensd hebben
jijzult gedrensd hebben
hijzal gedrensd hebben
wijzullen gedrensd hebben
julliezullen gedrensd hebben
zijzullen gedrensd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou drenzen
jijzou drenzen
hijzou drenzen
wijzouden drenzen
julliezouden drenzen
zijzouden drenzen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedrensd hebben
jijzou gedrensd hebben
hijzou gedrensd hebben
wijzouden gedrensd hebben
julliezouden gedrensd hebben
zijzouden gedrensd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdrens

Verbs conjugated like 'drenzen'

glanzen, grenzen, niezen, omhelzen, reizen, veinzen, verhuizen,

Verbs similar to 'drenzen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "drenzen"

Proto-Germanic drunjaną, German, old spelling trenzen.

Additional Information