deugen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of deugen

The word "deugen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: deugen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: deugend
Past participle - Verleden deelwoord: gedeugd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikdeug
jijdeugt
hijdeugt
wijdeugen
julliedeugen
zijdeugen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gedeugd
jijhebt gedeugd
hijheeft gedeugd
wijhebben gedeugd
julliehebben gedeugd
zijhebben gedeugd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikdeugde
jijdeugde
hijdeugde
wijdeugden
julliedeugden
zijdeugden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gedeugd
jijhad gedeugd
hijhad gedeugd
wijhadden gedeugd
julliehadden gedeugd
zijhadden gedeugd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal deugen
jijzult deugen
hijzal deugen
wijzullen deugen
julliezullen deugen
zijzullen deugen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gedeugd hebben
jijzult gedeugd hebben
hijzal gedeugd hebben
wijzullen gedeugd hebben
julliezullen gedeugd hebben
zijzullen gedeugd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou deugen
jijzou deugen
hijzou deugen
wijzouden deugen
julliezouden deugen
zijzouden deugen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gedeugd hebben
jijzou gedeugd hebben
hijzou gedeugd hebben
wijzouden gedeugd hebben
julliezouden gedeugd hebben
zijzouden gedeugd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijdeug

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

  • Die corrupte agent deugt voor geen meter. (That corrupt policeman is not at all morally upright.)
  • De sloten van dat merk deugen. (The locks of that brand are of good quality.)

Etymology

From Middle Dutch dōgen, from Old Dutch dugan, from Proto-West Germanic *dugan, from Proto-Germanic *duganą. See: Proto-Germanic '*duganą'.

Verbs referencing "deugen"

German, old spelling taugen, English dog.

Additional Information