deracineren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of deracineren

The word "deracineren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: deracineren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: deracinerend
Past participle - Verleden deelwoord: gederacineerd

Cognates

See the 2 cognates of deracineren

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikderacineer
jijderacineert
hijderacineert
wijderacineren
julliederacineren
zijderacineren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gederacineerd
jijhebt gederacineerd
hijheeft gederacineerd
wijhebben gederacineerd
julliehebben gederacineerd
zijhebben gederacineerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikderacineerde
jijderacineerde
hijderacineerde
wijderacineerden
julliederacineerden
zijderacineerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gederacineerd
jijhad gederacineerd
hijhad gederacineerd
wijhadden gederacineerd
julliehadden gederacineerd
zijhadden gederacineerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal deracineren
jijzult deracineren
hijzal deracineren
wijzullen deracineren
julliezullen deracineren
zijzullen deracineren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gederacineerd hebben
jijzult gederacineerd hebben
hijzal gederacineerd hebben
wijzullen gederacineerd hebben
julliezullen gederacineerd hebben
zijzullen gederacineerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou deracineren
jijzou deracineren
hijzou deracineren
wijzouden deracineren
julliezouden deracineren
zijzouden deracineren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gederacineerd hebben
jijzou gederacineerd hebben
hijzou gederacineerd hebben
wijzouden gederacineerd hebben
julliezouden gederacineerd hebben
zijzouden gederacineerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijderacineer

Verbs similar to 'deracineren'

Translations

  • deracinate, pull up by the roots; to uproot; to extirpate
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Probably borrowed. Cf. French déraciner, English deracinate. See: French 'déraciner', English 'deracinate'.

    Additional Information