corrigeren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of corrigeren

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: corrigeren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: corrigerend
Past participle - Verleden deelwoord: gecorrigeerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikcorrigeer
jijcorrigeert
hijcorrigeert
wijcorrigeren
julliecorrigeren
zijcorrigeren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gecorrigeerd
jijhebt gecorrigeerd
hijheeft gecorrigeerd
wijhebben gecorrigeerd
julliehebben gecorrigeerd
zijhebben gecorrigeerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikcorrigeerde
jijcorrigeerde
hijcorrigeerde
wijcorrigeerden
julliecorrigeerden
zijcorrigeerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gecorrigeerd
jijhad gecorrigeerd
hijhad gecorrigeerd
wijhadden gecorrigeerd
julliehadden gecorrigeerd
zijhadden gecorrigeerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal corrigeren
jijzult corrigeren
hijzal corrigeren
wijzullen corrigeren
julliezullen corrigeren
zijzullen corrigeren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gecorrigeerd hebben
jijzult gecorrigeerd hebben
hijzal gecorrigeerd hebben
wijzullen gecorrigeerd hebben
julliezullen gecorrigeerd hebben
zijzullen gecorrigeerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou corrigeren
jijzou corrigeren
hijzou corrigeren
wijzouden corrigeren
julliezouden corrigeren
zijzouden corrigeren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gecorrigeerd hebben
jijzou gecorrigeerd hebben
hijzou gecorrigeerd hebben
wijzouden gecorrigeerd hebben
julliezouden gecorrigeerd hebben
zijzouden gecorrigeerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijcorrigeer

Translations

  • ameliorate, to make better
  • amend, to make better
  • bend, to change the pitch
  • correct, To make something become right that was previously wrong
  • rectify, to correct or amend something
  • Synonyms & Antonyms

    Synonyms

    herstellen
    rechtzetten, verhelpen
    controleren
    nakijken, reviseren, verbeteren
    berispen
    terechtwijzen

    Sample Sentences

    Etymology

    From Middle Dutch corrigeren, from Old French corriger, from Latin corrigō. See: Latin 'corrigō'.

    Additional Information