chanten – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of chanten

The word "chanten" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: chanten
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: chantend
Past participle - Verleden deelwoord: gechant

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikchant
jijchant
hijchant
wijchanten
julliechanten
zijchanten

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gechant
jijhebt gechant
hijheeft gechant
wijhebben gechant
julliehebben gechant
zijhebben gechant

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikchantte
jijchantte
hijchantte
wijchantten
julliechantten
zijchantten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gechant
jijhad gechant
hijhad gechant
wijhadden gechant
julliehadden gechant
zijhadden gechant

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal chanten
jijzult chanten
hijzal chanten
wijzullen chanten
julliezullen chanten
zijzullen chanten

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gechant hebben
jijzult gechant hebben
hijzal gechant hebben
wijzullen gechant hebben
julliezullen gechant hebben
zijzullen gechant hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou chanten
jijzou chanten
hijzou chanten
wijzouden chanten
julliezouden chanten
zijzouden chanten

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gechant hebben
jijzou gechant hebben
hijzou gechant hebben
wijzouden gechant hebben
julliezouden gechant hebben
zijzouden gechant hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijchant

Verbs similar to 'chanten'

Translations

  • chant, sing monophonically without instruments
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from English chant. See: English 'chant'.

    Additional Information