browsen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of browsen

The word "browsen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: browsen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: browsend
Past participle - Verleden deelwoord: gebrowst

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbrows
jijbrowst
hijbrowst
wijbrowsen
julliebrowsen
zijbrowsen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebrowst
jijhebt gebrowst
hijheeft gebrowst
wijhebben gebrowst
julliehebben gebrowst
zijhebben gebrowst

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbrowste
jijbrowste
hijbrowste
wijbrowsten
julliebrowsten
zijbrowsten

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebrowst
jijhad gebrowst
hijhad gebrowst
wijhadden gebrowst
julliehadden gebrowst
zijhadden gebrowst

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal browsen
jijzult browsen
hijzal browsen
wijzullen browsen
julliezullen browsen
zijzullen browsen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebrowst hebben
jijzult gebrowst hebben
hijzal gebrowst hebben
wijzullen gebrowst hebben
julliezullen gebrowst hebben
zijzullen gebrowst hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou browsen
jijzou browsen
hijzou browsen
wijzouden browsen
julliezouden browsen
zijzouden browsen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebrowst hebben
jijzou gebrowst hebben
hijzou gebrowst hebben
wijzouden gebrowst hebben
julliezouden gebrowst hebben
zijzouden gebrowst hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbrows

Verbs similar to 'browsen'

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Borrowed from English browse. See: English 'browse'.

Additional Information