bringen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of bringen

The word "bringen" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: bringen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: bringend
Past participle - Verleden deelwoord: gebringd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbring
jijbringt
hijbringt
wijbringen
julliebringen
zijbringen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebringd
jijhebt gebringd
hijheeft gebringd
wijhebben gebringd
julliehebben gebringd
zijhebben gebringd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbringde
jijbringde
hijbringde
wijbringden
julliebringden
zijbringden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebringd
jijhad gebringd
hijhad gebringd
wijhadden gebringd
julliehadden gebringd
zijhadden gebringd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal bringen
jijzult bringen
hijzal bringen
wijzullen bringen
julliezullen bringen
zijzullen bringen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebringd hebben
jijzult gebringd hebben
hijzal gebringd hebben
wijzullen gebringd hebben
julliezullen gebringd hebben
zijzullen gebringd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou bringen
jijzou bringen
hijzou bringen
wijzouden bringen
julliezouden bringen
zijzouden bringen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebringd hebben
jijzou gebringd hebben
hijzou gebringd hebben
wijzouden gebringd hebben
julliezouden gebringd hebben
zijzouden gebringd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbring

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "bringen"

Afrikaans bring.

Additional Information