brandschilderen – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of brandschilderen

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: brandschilderen
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: brandschilderend
Past participle - Verleden deelwoord: gebrandschilderd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikbrandschilder
jijbrandschildert
hijbrandschildert
wijbrandschilderen
julliebrandschilderen
zijbrandschilderen

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb gebrandschilderd
jijhebt gebrandschilderd
hijheeft gebrandschilderd
wijhebben gebrandschilderd
julliehebben gebrandschilderd
zijhebben gebrandschilderd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikbrandschilderde
jijbrandschilderde
hijbrandschilderde
wijbrandschilderden
julliebrandschilderden
zijbrandschilderden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad gebrandschilderd
jijhad gebrandschilderd
hijhad gebrandschilderd
wijhadden gebrandschilderd
julliehadden gebrandschilderd
zijhadden gebrandschilderd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal brandschilderen
jijzult brandschilderen
hijzal brandschilderen
wijzullen brandschilderen
julliezullen brandschilderen
zijzullen brandschilderen

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal gebrandschilderd hebben
jijzult gebrandschilderd hebben
hijzal gebrandschilderd hebben
wijzullen gebrandschilderd hebben
julliezullen gebrandschilderd hebben
zijzullen gebrandschilderd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou brandschilderen
jijzou brandschilderen
hijzou brandschilderen
wijzouden brandschilderen
julliezouden brandschilderen
zijzouden brandschilderen

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou gebrandschilderd hebben
jijzou gebrandschilderd hebben
hijzou gebrandschilderd hebben
wijzouden gebrandschilderd hebben
julliezouden gebrandschilderd hebben
zijzouden gebrandschilderd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijbrandschilder

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

From brand (“fire”) + schilderen (“to paint”).

Additional Information