ambeteren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of ambeteren

The word "ambeteren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: ambeteren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: ambeterend
Past participle - Verleden deelwoord: geambeteerd

Cognates

-

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikambeteer
jijambeteert
hijambeteert
wijambeteren
jullieambeteren
zijambeteren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geambeteerd
jijhebt geambeteerd
hijheeft geambeteerd
wijhebben geambeteerd
julliehebben geambeteerd
zijhebben geambeteerd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikambeteerde
jijambeteerde
hijambeteerde
wijambeteerden
jullieambeteerden
zijambeteerden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geambeteerd
jijhad geambeteerd
hijhad geambeteerd
wijhadden geambeteerd
julliehadden geambeteerd
zijhadden geambeteerd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal ambeteren
jijzult ambeteren
hijzal ambeteren
wijzullen ambeteren
julliezullen ambeteren
zijzullen ambeteren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geambeteerd hebben
jijzult geambeteerd hebben
hijzal geambeteerd hebben
wijzullen geambeteerd hebben
julliezullen geambeteerd hebben
zijzullen geambeteerd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou ambeteren
jijzou ambeteren
hijzou ambeteren
wijzouden ambeteren
julliezouden ambeteren
zijzouden ambeteren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geambeteerd hebben
jijzou geambeteerd hebben
hijzou geambeteerd hebben
wijzouden geambeteerd hebben
julliezouden geambeteerd hebben
zijzouden geambeteerd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijambeteer

Verbs similar to 'ambeteren'

Translations

  • gall, to trouble or bother
  • gall, to harass, harry
  • Synonyms & Antonyms

    Sample Sentences

    Etymology

    Borrowed from French embêter, see also ambetant. See: French 'embêter'.

    Additional Information