adiëren – Dutch verb conjugation

Dutch verb forms of adiëren

The word "adiëren" is not included in the database, but Verbix uses automation to display the inflected forms.

Nominal Forms

Infinitive - Onbepaalde wijs: adiëren
Present participle - Tegenwoordig deelwoord: adiërend
Past participle - Verleden deelwoord: geadiërd

Cognates

See the 2 cognates of adiëren

Indicative - Aantonende wijs

Present

Onvoltooid tegenwoordige tijd [o t t]

ikadiër
jijadiërt
hijadiërt
wijadiëren
jullieadiëren
zijadiëren

Present Perfect

Voltooid tegenwoordige tijd [v t t]

ikheb geadiërd
jijhebt geadiërd
hijheeft geadiërd
wijhebben geadiërd
julliehebben geadiërd
zijhebben geadiërd

Past

Onvoltooid verleden tijd [o v t]

ikadiërde
jijadiërde
hijadiërde
wijadiërden
jullieadiërden
zijadiërden

Past Perfect

Voltooid verleden tijd [v v t]

ikhad geadiërd
jijhad geadiërd
hijhad geadiërd
wijhadden geadiërd
julliehadden geadiërd
zijhadden geadiërd

Future

Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd [o t t t]

ikzal adiëren
jijzult adiëren
hijzal adiëren
wijzullen adiëren
julliezullen adiëren
zijzullen adiëren

Future Perfect

Voltooid tegenwoordige toekomende tijd [v t t t]

ikzal geadiërd hebben
jijzult geadiërd hebben
hijzal geadiërd hebben
wijzullen geadiërd hebben
julliezullen geadiërd hebben
zijzullen geadiërd hebben

Conditional

Imperfect

Onvoltooid verleden toekomende tijd [o v t t]

ikzou adiëren
jijzou adiëren
hijzou adiëren
wijzouden adiëren
julliezouden adiëren
zijzouden adiëren

Perfect

Voltooid verleden toekomende tijd [v v t t]

ikzou geadiërd hebben
jijzou geadiërd hebben
hijzou geadiërd hebben
wijzouden geadiërd hebben
julliezouden geadiërd hebben
zijzouden geadiërd hebben

Imperative - Gebiedende wijs

jijadiër

Translations

Synonyms & Antonyms

Sample Sentences

Etymology

Verbs referencing "adiëren"

English adiate.

Additional Information